BAANRECORD

BAANRECORD

Waregem Koerse

RECORDBREKER OP WAREGEM KOERSE

Waregem Koerse is een evenement dat we regelmatig met records of recordpogingen kunnen associëren. Vooral de paarden zouden hierin met heel wat titels kunnen weglopen. Tijdens de laatste editie van Waregem Koerse zagen we echter het allerbelangrijkste record van de hippodroom sneuvelen: het baanrecord.

Hete temperaturen, windstil, de namiddag die overgaat in de richting van een zwoele zomeravond, een ideaal zuurstofgehalte in de lucht en een renbaan die er uitstekend bij ligt. Het vormden de ideale ingrediënten voor het neerzetten van een fabelachtig baanrecord. CRACK SUMMERLAND, een Nederlandse ruin, slaagde erin om een gemiddelde kilometertijd van 1’12”7 over 1.800 m neer te zetten. Dit gebeurde in de Prijs Jean Bouckaert, de zevende wedstrijd van het Waregem Koerse menu. Op het moment dat de Steeples en de grote drafklassieker al achter de rug waren, kon de draver in eigendom van Walter Rammant een stunt van formaat neerzetten. Jules Jr Van Den Putte (Belgisch kampioen 2016) zat in de sulky. Samen met CRACK SUMMERLAND won hij de snelste drafkoers ooit op Waregemse bodem.

Gemiddelde kilometertijd

Wanneer we het in de paardenrennen over chrono’s en bijhorende recordtijden hebben, dan is er in de drafsport iets heel specifieks. Er wordt immers niet gekeken naar de totaaltijd, maar naar de gemiddelde kilometertijd. Deze tijd geeft de waarde van de prestatie weer. In Europa zijn de drafbanen meestal ovaal. Toch is er een verschil voor wat de omtrek en de grootte betreft. In Scandinavië zijn er vaak 1000 m-banen. In Frankrijk variëren de banen tussen 1.000 m en bijna 2.000 m. Ook de afstanden die de paarden moeten afleggen zijn verschillend. Sprints worden over de (verlengde) mijl afgewerkt. De middellange afstand bedraagt 2.100 m tot 2.400 m, maar een lange afstandskoers kan een maximum hebben van iets meer dan 4.000 m. Om de waarde van een prestatie in te schatten herleidt men de totaaltijd naar een gemiddelde kilometertijd. Het is weliswaar logisch dat deze sneller is in sprintkoersen en dat het algemeen baanrecord dus vaak in koersen over de korte afstand wordt neergezet. Maar ook over de lange afstand kan een weergave van de tijden meer inzicht geven in het koersverloop. Net als in sporten als atletiek kunnen ook tussentijden heel interessant zijn om het niveau in te schatten.

Sneller dan 50km/u

De draf is een natuurlijke gang van het paard. Maar draven op snelheid is dit eigenlijk niet. Een selectie in de fokkerij die ondertussen al meer dan 100 jaar evolueert, zorgt ervoor dat de draver steeds vlugger kan lopen. Op het moment van het startsignaal kan bij een autostart de snelheid oplopen tot meer dan 50 km/u. De wereldtoppers kunnen heel even een snelheid van 55 km/u behalen. In een koers daalt het gemiddelde vaak in de buurt van 45 km/u.

Sneller dan 70km/u

In de galoprennen wordt geen rekening gehouden met een gemiddelde kilometertijd. In deze discipline kan de totaaltijd van belang zijn om de winnende prestatie te evalueren. Ook al heeft dit belang, toch mag dit vaak genuanceerd worden. Bij galoprennen over gras speelt de staat van de grond een grote rol. Een droge ondergrond zorgt voor records, terwijl bij regen een soepele of zware bodem een tragere chrono met zich meebrengt. In hindernisrennen wordt hieraan minder aandacht gegeven omdat het accent ook eerder op de uithouding en de springtechniek ligt. In vlakke sprintrennen over 1.000 m is de chrono wel interessant. Het wereldrecord staat op naam van Stone of Folca. Dit paard liep in het Engelse Epsom  de 1.000 m in 53 seconden, 69 honderdsten oftewel 67 km/u.  In datzelfde jaar werd het paard Frankel, die aangezien wordt als een van de beste renpaarden ooit, eens geflitst aan 72 km/u! Dit zijn uiteraard extreme uitzonderingen. Een volbloed haalt tijdens een gewone race vaak een gemiddelde van 60 km/u. Voor de jockeys is het sturen en begeleiden van deze ‘sportdieren’ dus een extreme evenwichtsoefening.