KLASSIEKER

KLASSIEKER

Redactie

Het programma van Waregem Koerse steunt al vele jaren op traditie. De vier galoprennen en de vier drafkoersen vormen een unieke en ideale mix. Beide disciplines kunnen bouwen op hun hoogtepunten zoals de Grote Steeple-Chase van Vlaanderen en de Grote Prijs van de Stad Waregem. In 2019 kent het koersprogramma een van de belangrijkste wijzigingen uit zijn bestaan. Waregem Koerse wordt uitgebreid. Een extra vlakke galopren wordt aan het programma toegevoegd. En dit is een hele bijzondere. Op Waregem Koerse 2019 zien immers we de terugkeer van een echte, officiële klassieker: de St Leger.

DE TERUGKEER VAN EEN ECHTE KLASSIEKER

St Leger

In vroegere tijden gebeurde het wel vaker dat er op Waregem Koerse een vlakke galopren voorzien was. Dit was het geval tot in 1964. Twee jaar later was er nog een vlakke gesponsorde galopmeeting in juni, maar die had niets te maken met de grote dinsdag. Daarna was het organisatorisch niet meer mogelijk om vlakke galoprennen te houden. De galoppiste werd immers aangepast en de vaste hindernissen voor de hordenrennen namen alle plaats in. Doorheen de tweede helft van de vorige eeuw, vormde dit eigenlijk geen probleem. Er waren met Oostende, Sterrebeek, Bosvoorde en Groenendaal immers voldoende mogelijkheden om galoprennen te organiseren. In de 21ste eeuw is de situatie echter helemaal anders. De ‘Brusselse’ banen zijn verdwenen en vervangen door het Waalse Mons. Oostende blijft de galoptrekpleister in de twee zomermaanden, maar het bestuur van Waregem Draaft zag mogelijkheden om in de lenteperiode hun drafseizoen uit te breiden met de terugkeer van vlakke galoprennen aan de Gaverbeek. De Koninklijke Waregemse Koersvereniging steunde dit initiatief en 2018 was het jaar van de heropleving van de galoprennen in Waregem. Deze zomer wordt er verder gebouwd op dit goede elan. Meer nog, men voorziet een echte topkoers voor de volbloeden. Die krijgt als officiële naam: de Waregemse St Leger. Dit is een prachtig initiatief, want zo krijgen we de wedergeboorte van een officiële klassieker. Om het grootse belang van deze koers te duiden, moeten we u even meenemen in een reis doorheen de geschiedenis.

Met de tijdmachine naar 1776

De oorsprong van de paardenrennen zoals we ze vandaag de dag kennen, gaat terug naar de 16de eeuw in Engeland. Er zijn officiële documenten van wedstrijden gehouden in 1539 te Chester. In Newmarket is er sprake van wedstrijden doorheen de jaren 1600. In Ascot duidde Queen Anne de plaats aan waar in 1711 voor het eerst een ren gehouden werd. In het jaar 1750 wordt echter de Engelse Jockey-Club opgericht. Dit orgaan zou ervoor zorgen dat de sport zich officieel en constructief zou kunnen ontwikkelen. Het ras van de Engelse volbloed werd officieel vastgelegd in een stamboek en men wou via paardenrennen dat ras sneller en beter maken. Om steeds betere paarden te krijgen had men al vlug door dat men met goeie bloedlijnen moest fokken. Het beste met het beste mixen. Om te weten wie de snelste was, organiseerde men dus op regelmatige tijdstippen wedstrijden. Grote deelnemersvelden hoeven we ons hierbij niet voor te stellen. Vaak waren het duels tussen slechts twee paarden. Om eindwinnaar te zijn moesten die vaak twee keer winnen van elkaar. In die periode was het uiteraard een sport van de rijken. Niet voor niets werd de term ‘Sport of Kings’ ingevoerd.

Generaal Anthony St Leger

Maar ook in het noorden van Engeland was de adel druk in de weer met hun favoriete bezigheid. In York was er zelfs in de 18de eeuw al sprake van een speciale tribuneconstructie die gebouwd werd in functie van het kijken naar de rennen. En het was in die regio dat een zekere Anthony St Leger zich jaarlijks inzette om enkele match-races te organiseren. Deze man die geboren werd in 1731 was een generaal die ook zetelde in het Parlement. Hij woonde in het zuiden van het graafschap Yorkshire, in de buurt van de rivier Don, bij Doncaster. Om ervoor te zorgen dat zijn feestelijke koersweek- want hij probeerde vier dagen na elkaar races te organiseren- meer aandacht kreeg, ontwikkelde hij een nieuw idee. Elke eigenaar van volbloeden kon mits het betalen van een grote som inschrijvingsgeld deelnemen aan een ren voor driejarigen. In die tijd was dit jong, maar de nieuwsgierigheid om vlugger te weten welke paarden de besten waren van hun generatie nam steeds meer en meer toe. De afstand was twee mijl en in 1776 zou de eerste race zijn verreden. Of dit al in Doncaster zelf was, is twijfelachtig. De kans is groot dat dit gebeurde in het naburige Cantley, op het privélandgoed van Anthony St Leger. Er verschenen vijf paarden aan de start en de winnaar heette Alabaculia. Dit paard was eigendom van de Marquis van Rockingham. Bij zijn winst kreeg het publiek van de bookmakers het dubbele van hun inzet terug. Een jaar later waren er tien deelnemers en de groeiende interesse voor dit treffen zorgde ervoor dat er in 1778 uitgeweken werd naar een glooiende vlakte in Doncaster, de plaats waar de huidige hippodroom zich bevindt. In de week van de wedstrijd vergaderden de leden van het organisatiecomité in de Red Lion Pub (dit hotel-restaurant-pub bestaat nog steeds!). Ook de Marquis van Rockingham was aanwezig. Deze man vond dat deze unieke wedstrijd in het noorden van Engeland een speciale naam moest krijgen. Enkele edellieden opperden tijdens het diner dat de koers naar hem genoemd moest worden, maar de Marquis zag het anders. De koers zou genoemd worden naar zijn bedenker: Anthony St Leger. En zo geschiedde… Wat niemand toen had kunnen vermoeden, was dat deze koers zou uitgroeien tot een echte klassieker.

 

Derde deel van Triple Crown

In een tijd waarin George Washington, Napoleon Bonaparte en keizer Jozef II leefden, kenden de Engelse paardenrennen enkele opvallende nieuwigheden die de sport tot op vandaag zouden bepalen. Net zoals in het noorden van Engeland de St Leger ontstond, had men in de buurt van Londen ook nieuwe ideeën om zo vlug mogelijk te weten te komen welke paarden de besten van hun generatie waren. En wie de algemene kampioen was. Zo ontstond in 1780 de Epsom Derby. In 1809 kon de belangrijkste ‘horsetown’ van Engeland niet achterblijven. In Newmarket organiseerde men een wedstrijd over de mijl met 2.000 Guineas in de prijzenpot. Deze waarde zou de benaming worden van deze wedstrijd. Doorheen de 19de eeuw zorgden deze drie nieuwe rennen ervoor dat ze de ultieme kampioen zouden aanduiden. De Derby groeide uit tot de belangrijkste. De koers was en is de ultieme test om te weten welk paard de meeste snelheid en uithouding had. De St Leger vormde drie maanden later de ideale aanvulling om de eventuele toegenomen stayerstalenten centraal te zetten. Als een paard zo’n koers won, was hij goud waard in de fokkerij. Wie de drie klassiekers kon winnen, mocht zich Triple Crown-winnaar noemen.

Ook in België

Doorheen de 19de eeuw bloeide de wereld van de paardenrennen open. Overal waar er een minieme Britse invloed was, ontstonden paardenraces. Ook de buurlanden kregen dan vaak de smaak te pakken. Meteen werd duidelijk dat om goeie paarden te hebben het stimuleren van de fokkerij van groot belang was. Vele landen en nieuwe stichtingen van Jockey-Clubs kopieerden dan ook het Engelse systeem. De rennen die de Triple Crown vormden kregen ook hun bestaan in de nieuwe landen waar de sport zich ontwikkelde. Zo ook in België… Ook in ons land wou men het volbloedras verbeteren. Er is sprake van een eerste Belgische Derby in het jaar 1865. Onze tegenhanger van de 2000 Guineas werd de Poule d’Essai gedoopt en zou in 1869 het levenslicht zien. Nu had de organiserende koersmaatschappij één groot voordeel: koning Leopold II was een grote liefhebber van paardenrennen. In 1875 construeerde hij in Ukkel, in de buurt van het Ter Kamerbos een hippodroom die de naam Bosvoorde kreeg. Koning Leopold II was echter goed op de hoogte van wat er zich in Parijs afspeelde. Ook daar werd in Auteuil, nabij het Bois de Boulogne, een megahippodroom geopend. De toenmalige koning vond dat Bosvoorde te klein was en opperde om in het Zoniënwoud een nieuwe, grote renbaan te maken. Zo kreeg de stad Brussel nog meer prestige. De hippodroom van Groenendaal opende haar deuren in 1889. Met de koninklijke familie als steun was het niet onlogisch dat de paardenrennen floreerden. Er kwamen steeds meer grote prijzen en het koersprogramma met officiële klassiekers werd gekopieerd vanuit Engeland. Zo besliste men om in 1892 de St Leger voor het eerst aan de planning toe te voegen. Dit gebeurde op de renbaan van Groenendaal. De naam St Leger was toen al een begrip in onze paardenwereld. De benaming werd hierdoor soms eens ‘te veel’ gebruikt. Sommige regionale, kleinere renbanen wilden die prestigieuze naam ook wel eens toepassen. Zo zien we in dat decennium ook dat… La Louvière een St Leger-versie had. Ook in Engeland had men trouwens regionale versies. Uiteindelijk was het van belang om ervoor te zorgen dat er nationaal één unieke St Leger werd verreden en hierin is men na 1892 gelukkig geslaagd. In de 20ste eeuw zou deze klassieker verhuizen naar Bosvoorde om in 1985, bij het nieuwbouwproject van Groenendaal terug te keren naar zijn originele Belgische plek. De sport floreerde en de St Leger was de grote galopafspraak in de maand september.

Toen ging het fout…

Maar op het einde van de 20ste eeuw kregen de paardenrennen het in ons land moeilijk. Een evenement als Waregem Koerse ontsnapte hieraan. Het nam zelfs steeds grotere vormen aan en werd sportief nog belangrijker. Maar de paardenrennenindustrie kreeg het lastig. De drie hippodromen in het Brusselse verdwenen om uiteenlopende redenen. Hierdoor stonden ook de klassiekers onder druk. De St Leger werd bij de eeuwwisseling enkele jaren opgevangen door Oostende die in die periode een langer seizoen kende. In 2004 werd de koers geadopteerd door de nieuwe renbaan van Mons. Het was echter moeilijk om de beleving van de glorieperiode te evenaren. In de laatste twee edities kwamen enkele Duitse deelnemers de koers winnen en zo ging het oorspronkelijk doel van deze mooie klassieker verloren. In 2011 zegevierde De Rigueur met jockey Sabrina Wandt voor trainer Christian Von der Recke. Daarna viel het doek over een klassieker die de sport 120 jaar mee heeft helpen kleuren.

De wedergeboorte

Maar op dinsdag 27 augustus 2019 gaat het licht weer branden in de klassieke tunnel. De St Leger keert terug en dit meteen op de belangrijkste koersdag van het jaar! Op Waregem Koerse! Toen in de herfst van vorig jaar beslist werd om een vlakke galopren op de Grote Dinsdag’ te laten verrijden, werd de mogelijkheid benut om deze historische galopren nieuw leven in te blazen. Met een prijzenpot van 16.000 euro krijgen we meteen de hoogst gedoteerde vlakke ren van ons land voor Engelse volbloeden. Sommige zaken- zoals de lange afstand en de periode in het kalenderjaar- zijn dezelfde gebleven als voorheen. Andere aspecten zijn aangepast aan de moderne tijd. Zo is de koers niet enkel meer voorbehouden voor driejarigen. De puristen mogen even met de tanden knarsen, maar in België zou dit moeilijk haalbaar zijn. Trouwens, ook in omringende landen als Ierland, Frankrijk, Duitsland en Italië heeft men die klassieker al geopend voor alle leeftijden. Dus hoeft België zich hierover zeker niet te schamen. Daarnaast richt de St Leger ‘new look’ zich eerder tot de Belgische eigenaars. Aangezien er de voorbije jaren een opmerkelijk aantal buitenlandse deelnemers zijn in onze vlakke galoprennen, is dit niet zo vanzelfsprekend. De koersvoorwaarden zijn echter zo opgesteld dat paarden die in België getraind worden zich iets makkelijker kunnen kwalificeren. Dit kunnen ze doen door punten te sprokkelen in drie kwalificatiekoersen. Die worden verreden in Mons, Waregem en Oostende. De 14 hoogst gerangschikte paarden zijn startgerechtigd op Waregem Koerse, waar de nieuwe versie omgedoopt werd tot de ‘Waregemse St Leger’.

Zo krijgt een ren die drie eeuwen terug het levenslicht zag in Engeland een prachtig vervolgverhaal op de hippodroom van Waregem. En dat op de dag van Waregem Koerse, waar traditie en vernieuwing zelden zo sterk met elkaar verstrengeld waren… We hebben zo’n sterk vermoeden dat Anthony trots zou zijn op de Gaverbeekstad.