WILLY NAESSENS

WILLY NAESSENS

Interview

“HOEDEN EN PAARDEN, DAT IS NOSTALGIE”

Waregem Koerse mag dan een paardenevent zijn, zonder hoeden zou de hoogdag van de paardensport niet compleet zijn. Met dank aan Willy Naessens, die het accessoire in 2001 introduceerde naar het voorbeeld van de Royal Ascot paardenrennen. Ook Willy Naessens zelf is overigens onlosmakelijk verbonden met Waregem Koerse. In heel zijn leven – hij is inmiddels 79 – miste hij niet één editie. En zijn viptent is nog altijd een grote aantrekkingspool voor pers en publiek. Waar die grote liefde voor paarden en hoeden vandaan komt, dat mochten wij hem zelf gaan vragen.

Volle bedrijvigheid in het kantoor van Willy Naessens als we daar aankomen. Op het moment van ons interview is het trouwfeest – dat afgelopen zomer plaatsvond – nog in volle voorbereiding en de hoedenmaakster wil snel een woordje wisselen met Willy over de hoeden van de dames in de suite. Een trouwfeest zonder hoeden, dat is voor Willy en zijn Marie-Jeanne immers ondenkbaar. “We vroegen alle genodigden een hoed te dragen”, zegt hij. “Daar kunnen we ze natuurlijk niet toe verplichten, maar het zou wel mooi zijn als zo veel mogelijk mensen het doen.”

Het brengt ons meteen bij onze eerste vraag, namelijk waar de voorliefde voor hoeden vandaan komt.

“Toen ik klein was, droegen alle notabelen van het dorp een hoed. De schooldirecteur, de notaris, de brouwer, de pastoor: ze droegen een ondervest, een stoeferke, een hoed en een wandelstok. Uit nostalgie naar die tijd richtte ik de hoedengilde van Oudenaarde op, Hoedenaerde. Die bestaat enkel uit mannen, maar twee keer per jaar komen we samen met de vrouwen erbij. De vorige keer dat we samenkwamen met de vrouwen erbij, kregen we een workshop etiquette. We zijn met vijftig, maar er staan op dit moment nog honderd mannen op de wachtlijst. Ons ledenaantal houden we bewust beperkt, zodat het overzichtelijk blijft. Enkele keren per jaar komen we samen en dan kleden we ons zoals de notabelen van vroeger. We maken een wandeling met onze wandelstok, gaan samen iets eten, we amuseren ons. Op een deftige manier, weliswaar. Er mag iets gedronken worden, maar niet te veel. Binnenkort zijn we uitgenodigd op het kasteel van graaf Marnix de Saint-Aldegonde de Bornem. Daar gaan we in het bos wandelen met de paardenkoets en hij gaat ons trakteren.”

U zorgde er ook voor dat hoeden geïntroduceerd werden op Waregem Koerse. Daar zijn het vooral de vrouwen die een hoed dragen … 

“De bedoeling was om de hoeden eerst te introduceren voor de vrouwelijke bezoekers en het daarna ook voor de mannen in te voeren. Ik had de paardenrennen van Ascot bezocht en was onder de indruk van de mooie kledij: de mannen dragen er een lang kostuumvest met een buishoed, de vrouwen prachtige jurken met een bijpassende dameshoed. Zo kwam ik op het idee om ook op Waregem Koerse hoeden in te voeren. Ik stelde het voor aan de burgemeester en nam hem mee naar Ascot om te tonen hoe het er ginds aan toe ging. De paardenrennen duren er vier dagen, worden bezocht door 20.000 mensen en koningin Elizabeth zelf is er elke dag aanwezig. Echt de moeite om te zien. Dat bezoek heeft hem overtuigd.”

Jullie organiseren ook elk jaar een hoedenwedstrijd: de Willy Naessens Hat Trophy. Wat houdt die in?

“Elk jaar selecteren we de dames met de mooiste hoeden, meestal zijn het er een dertigtal, en nodigen hen uit naar onze viptent. Daar kunnen ze deelnemen aan een soort modeshow. Op basis daarvan kiest de jury – die bestaat uit bekende hoedenmaaksters en bekende Vlamingen – de vijf dames met de mooiste hoeden. Zij krijgen elk een cheque van 1.000 euro, die ze aan een goed doel naar keuze mogen schenken. De dame met de mooiste hoed krijgt een juweel ter waarde van 10.000 euro, geschonken door juwelier Bourgois uit Waregem. De tweede prijs is een verblijf in Namibië, geschonken door Xperience Travellounge uit Deinze.”     

Welk soort dameshoeden ziet u zelf het liefst?

“Zulke hoeden zie ik graag (wijst een koket hoedje aan met een stukje voile, uit de modereportage in dit boek, nvdr). Mooi, maar niet overdreven groot. Het nadeel van grote hoeden is dat ze zo ongemakkelijk zijn, zo’n hoed zit altijd in de weg.”

Behalve een hoedenliefhebber bent u ook een groot paardenliefhebber: u hebt zelfs een eigen stoeterij. Wanneer is die liefde begonnen?

“Toen ik 52 was, kreeg ik de slechte ziekte. Kanker. Dat deed me nadenken over wat ik met m’n leven had gedaan. Het antwoord was: veel gewerkt, maar vrije tijd – nul! Ik vond dat het tijd was om voor mezelf te zorgen. Dus ben ik beginnen te wandelen, dat bleek niks voor mij, en golfen ook niet. Maar toen ik jong was, had ik altijd graag paardgereden. Dat heb ik toen opnieuw opgepikt. Eerst ging ik me bezighouden met boerenpaarden, daarna met de mensport en van daaruit was het een kleine stap naar de oude koetsen. Ik begon met twee paarden, dat breidde al snel uit naar twintig. Intussen heb ik ook enkele boerenpaarden, een tachtigtal koetsen en nog een tweede museum met honderddertig wagens die vroeger werden getrokken door boerenpaarden: strooiwagens, bietenwagens, bierwagens, lijkwagens…”

Hoe vaak houdt u zich nog bezig met de paarden?

“In de zomer zijn Marie-Jeanne en ik op donderdagmiddag weg met de paarden vanaf vier uur, op zaterdagmiddag rijden we ook en op zondag zijn we vanaf een uur of tien op pad met klanten of familie. Hier in de Vlaamse Ardennen en in de zomer ook in Frankrijk, waar ik een eigendom heb, of elders in Zuid-Europa. De verzorgers, de paarden, iedereen gaat mee. En de klanten komen af met hun vrouw en kinderen. Voor hen is dat een unieke ervaring en ik koppel op die manier het nuttige aan het aangename. Ik heb niet het gevoel dat ik aan het werken ben en creëer intussen een band met mijn klanten. Zo heb ik al veel verkocht, rechtstreeks en onrechtstreeks.”

“Klanten kunnen onze koetsen trouwens ook gebruiken voor huwelijksfeesten of plechtige communies. We doen dat een keer of vijf per jaar, enkel voor klanten en altijd gratis. Met de gemeente hebben we een akkoord dat we een keer of vier met de Waregem Koerse-koets uitrijden, die deel uitmaakt van mijn collectie, en met het Vlaamse Landpaard. Dat is een boerenpaard dat in onze streek werd gekweekt in de jaren 10 en 20. Daarna werd het geëxporteerd naar Amerika, waar het werd ingezet bij de Amish om hun koetsen te trekken. Het paard werd lichter gemaakt, zodat het goed zou kunnen draven, maar had toch veel kracht. Het stamboek van dat paard hebben ze teruggekocht en zit hier in Waregem. De stad vraagt ons om er drie of vier keer per jaar events mee te doen. Dat doen we met veel plezier, het is onze hobby.”

Waregem Koerse is het event van het jaar voor uw bedrijf. Kijkt u er ook persoonlijk naar uit?

“Sinds mijn elfde heb ik nog geen enkele editie gemist. Het is en blijft het event van het jaar. Niet alleen voor mij, ook voor anderen. Wil je klanten meekrijgen naar het voetbal, dan moet je aandringen. Voor Waregem Koerse bellen mensen zelf om te vragen of ze mogen komen. Politici, ondernemers, iedereen wil erbij zijn. Winners willen bij winners zijn, dat is de reden.”