HET LEGENDARISCHE VERHAAL VAN CHARLES DE GREEF
Op de hippodroom leven sommige verhalen voort van generatie op generatie. Zoals dat van Charles De Greef. In 1952 reed hij onverwacht mee in de Grote Steeple van Waregem Koerse. In zijn zondagse pak en op kousen. Sonja De Greef vertelt het verhaal van haar vader, over een koersliefhebber, de juiste plaats en het juiste moment.
Wie was jouw vader?
Sonja De Greef: Mijn vader was een echte durver. Iemand die niet lang nadacht wanneer er iets onverwachts gebeurde. Maar bovenal leefde hij voor paarden. Die passie begon al heel vroeg. Vanaf zijn vijftiende werkte hij in de paardensport, eerst als stallenknecht. Zijn werkgever zag toen al hoe goed hij met paarden omging. Hij was heel begaan met die dieren en net als een jockey was hij erg mager gebouwd. “Waarom probeer je dat niet?”, vroegen ze hem. Zo is hij daar ingerold. Hij kende daardoor ook veel jockeys en trainers van die tijd. Hij zat echt in dat wereldje. Paarden en koers waren zijn leven.
Hoe kwam jouw vader op Waregem Koerse terecht?
Die dag was hij eigenlijk gewoon als koersliefhebber naar Waregem gekomen, samen met mijn moeder. Allebei op z’n zondags uitgedost, natuurlijk. Zoals zoveel mensen keek hij uit naar de Grote Steeple. Voor de start van de rennen ging hij enkele bevriende jockeys groeten. Daar kwam hij René Bossart tegen, een Franse jockey die hij kende van vroeger. René vroeg hem of hij het paard Suky wat wilde instappen voor de koers. Daar zou hij 100 frank voor krijgen. Mijn vader deed dat natuurlijk graag. Daarna ging hij gewoon aan de overkant van de Gaverbeek staan kijken naar de wedstrijd. Maar die wedstrijd verliep niet zoals verwacht.
Neem ons eens mee in het verhaal van die dag?
Van bij de start nam het paard Suky meteen de leiding. Maar aan de eerste passage van de Gaverbeek liep het fout. Het paard weigerde te springen en René Bossart kwam zwaar ten val. Mijn vader – die daar dus vlakbij stond – liep meteen naar hem toe. René was gekwetst en kon onmogelijk verder rijden. En toen besliste mijn vader dus om gewoon zelf de race af te maken. In die tijd mocht een jockey tijdens bepaalde koersen nog vervangen worden, dat is nu niet meer mogelijk.
Mijn vader had natuurlijk geen jockeykleren aan. Hij stond daar gewoon in zijn zondagskostuum. Toen hij in het zadel kroop, merkte hij dat zijn schoenen niet in de stijgbeugels pasten. Dus deed hij ze uit en reed hij verder op zijn kousen. Dat beeld alleen al is legendarisch.
Hoe is dat afgelopen?
Ongelooflijk maar waar: mijn vader lag op een bepaald moment op kop richting de laatste hindernis. Hij dacht echt dat hij ging winnen. Maar aan die laatste hindernis – alweer de Gaverbeek – weigerde Suky opnieuw. Ook mijn vader viel van het paard, maar hij bleef de teugels vasthouden. Met hulp van enkele toeschouwers zat hij snel weer in het zadel. Uiteindelijk finishte hij als tweede. Op zijn kousen. De eigenaar van Suky was zo onder de indruk dat hij mijn vader 1.000 frank gaf. Dat was toen een serieus bedrag.
We zijn nu 2026 en het verhaal blijft meegaan. Hoe komt het dat jij het zelf nog zo levendig kan vertellen?
Omdat ik het al mijn hele leven hoor. Mijn vader vertelde het ontzettend graag opnieuw. Het is ook verschillende keren in de pers verschenen, onder andere in Sport 80. Ik herinner me dat die journalist bij ons thuis langskwam. Mijn vader begon die volledige koers na te spelen in onze living. Hij beeldde uit hoe het paard weigerde, hoe hij in het zadel kroop … Je zag het gewoon voor je gebeuren. Hij kon fantastisch vertellen. En ik ben er natuurlijk ook heel fier op, dus ik vertel het verhaal graag verder.”
© Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag
worden overgenomen zonder
voorafgaandelijke toestemming
van Studio Tornado.
Uitgever en grafisch vormgever
Rudi Devolder
T 0485 75 86 17